In welke staat moet het te verhuren goed zijn?

Een eigenaar-verhuurder kan voor de woning die hij verhuurt een conformiteitsattest aanvragen, maar is dit niet verplicht. Het attest kan wel als bewijselement in een eventuele strafrechtelijke procedure gebruikt worden zo de woning die hij verhuurt naderhand toch niet conform bleek. Eenmaal het besluit tot ongeschiktheid, onbewoonbaarheid of overbewoning is genomen, vervalt dit conformiteitsattest echter van rechtswege. Dan zal de eigenaar het nodige moeten doen om zich terug in regel te stellen: pas daarna kan hij een nieuw conformiteitsattest aanvragen.

De eigenaar van een ongeschikte of onbewoonbare woning zal een heffing moeten betalen – tenzij hij deze zelf bewoont: bewoners zijn immers van deze heffing vrijgesteld. De eigenaar die een ongeschikte of onbewoonbare woning verhuurt kan hiervoor bovendien strafrechtelijk worden vervolgd, en bestraft met een geldboete. Ook de eigenaar-verhuurder van een overbewoonde of onaangepaste woning staat bloot aan strafrechtelijke vervolging.

De eigenaar van een leegstaand of verwaarloosd pand dient eveneens een heffing te betalen.

Woningen die ongeschikt, onbewoonbaar, leegstaand of verwaarloosd zijn, worden bovendien geïnventariseerd. Hierdoor komen zij in aanmerking voor de uitoefening van het recht van voorkoop of het sociaal beheersrecht. Pas als de eigenaar de nodige verbeteringswerken uitvoert, wordt zijn woning terug van deze inventaris geschrapt.

Algemeen geldt dus de stelregel dat wie maar één woning bezit, en deze zelf ook bewoont, niet gesanctioneerd kan worden. Een eigenaar-bewoner die verbeteringswerken uitvoert kan, indien hij aan bepaalde voorwaarden voldoet, een verbeteringspremie aanvragen.

Eigenaars die één of meerdere woningen verhuren hebben er echter alle belang bij zelf actief te waken over de kwaliteit van deze huurwoningen.